Potosí
Na een reis van 11u met bus cama (“slaapbus“) kwam ik vrijdagochtend aan in Potosí, 4090m hoogte. In koloniale tijden was deze (destijds miljoenen-)stad een van de belangrijkste steden van heel Latijns-Amerika, niet minder belangrijk dan de steden van de onderkoningen in Lima en Nieuw-Spanje (Mexico). Dit alles dankzij de cerro rico (rijke heuvel), waar duizenden tonnen (men weet niet precies hoeveel) zilver werden gemijnd (d.m.v. de facto slavernij van miljoenen indianen, en later ook Afrikanen). De stad staat, naast diverse koloniale gebouwen, ook vol met kerken, zo'n 80 in totaal. En dat op een huidige populatie van ca. 120.000. Vrijdag was er uiteraard weinig te doen (feestdag), ik heb dus een beetje de hele stad rondgestruind.
Zaterdagochtend ben ik met een gids naar de coöperatieve mijnen geweest, die nog steeds in gebruik zijn. Er wordt zilver, zink, lood en tin gewonnen; hoewel de arbeidsomstandigheden nu aanzienlijk beter zijn dan in de koloniale en post-koloniale tijden, zijn ze nog steeds verschrikkelijk (veel mijnwerkers sterven zo'n 10-15 jaar nadat ze in de mijnen beginnen aan de gevolgen van de chemicaliën en het inademen van gassen, jaarlijks sterven er tientallen mijnwerkers aan ongelukken. De afgelopen drie maanden alleen zelfs een dertig-tal!). Onder begeleiding van de ga je naar de mijnwerkersmarkt aan de rand van Potosí. Voor 7 Bolivianos (ca. 70 eurocent) koop je een flinke zak cocablaadjes - om een offer te maken aan pachamama (moeder aarde) en aan el tio (de duivel), de belangrijkste "beschermheilige" in de mijnen; de rest om aan de mijnwerkersploeg die je bezoekt te geven. Het kauwen van cocablaadjes geeft de mijnwerkers energie om 6u non-stop in de mijn te werken. En voor nog Bs. 10 (1 euro) koop je een staaf dynamiet (vrij verkrijgbaar) en een zak explosieven op basis van ammonium met benzine (vraag de scheikundige hoe het precies zit). Dit is voor de mijnwerkers een flinke uitgave; als je hen dit geeft zijn ze blij en mag je hen ook fotograferen - als je het eerst vraagt.
's Middags ben ik (opgepropt in lokaal vervoer, de minibus) naar Tarapaya geweest, een halfuur van Potosí. Wandelingetje naar een thermisch meer in een vulkaankrater gemaakt (water van 25 graden C). Kwam ook nog een andere bron tegen waar het water zeker 50 graden moet zijn geweest, waar de dampen en zwavelluchten vanaf sloegen. Daarna een uurtje naar de thermische baden geweest, die gevoed worden vanuit deze bronnen. Daarna in Potosí nog net tijd voor een bezoek aan het Casa Real de las Monedas (munterij), tegenwoordig een uitgebreid museum. De verplichte rondleiding gedaan; die nog niet eens langs 1/3 van de collectie gaat. Maargoed, musea bezoeken is toch niet mijn meest favoriete bezigheid :) (hoewel altijd interessant). Al met al een drukke dag, veel interesante dingen gezien. Maar de dag was nog niet voorbij...
Reacties
wat nou geen mogelijkheden tot trainen
wat nou geen mogelijkheden tot trainen ;0)