Op naar Parara, een Andesdorpje
Nog even geen verhalen over apu's (berggoden) of wateroorlogen. Wel kan ik wat vertellen over een bezoek aan een klein dorpje, Parara geheten. Het ligt op drie uur rijden met de bus en drie uur lopen van Cusco vandaan.
Op de straten van Cusco was ik aan de praat geraakt met een jongen die artesanía (sierraden enzo) maakt en verkoopt, Saúl heet hij. We spraken wat in en over Quechua, en hij nodigde me uit om in zijn dorp te komen kijken. De mensen spreken daar allemaal Quechua. Afgelopen maandag om 4u 's ochtends gingen we dus op pad. Eerst naar een buitenwijk van Cusco, vanwaar de bus naar Rondoca vertrekt. Wanneer we vertrekken lijkt het nog wel te doen met de drukte, maar een paar mensen staan in het gangpad. Tegen de tijd dat we Cusco echt uit zijn staat het gangpad echter al helemaal vol en is het dak van de bus volgeladen met grote pakken en zakken. Ben ik blij met mn zitplaatsje aan het raam (hoewel ik maar één been tegelijk kwijt kan, mn andere been moet ik opgetrokken houden).
Na het gebruikelijke zigzaggende klimwerk de bergen op bevinden we ons op zo'n 4000 meter hoogte en zijn de uitzichten geweldig. Ergens diep beneden (3300 meter) ligt Cusco, nu niet meer zichtbaar, en op verre achtergrond is Nevado Ausangate te zien. Hierna beginnen we weer te dalen en passeren we vele kleine dorpjes, alle omgeven door hun chakra's (akkers). Om 9u 's ochtends komen we aan in Rondoca, het eindpunt van de bus. Daar werken we eerst een flink bord rijst en linzen weg, met een mok mate (thee) om 't weg te spoelen. Daarna beginnen we aan de wandeling naar Saúl's dorpje. In Cusco hadden we flink inkopen gedaan voor zijn moeder (suiker, rijst, meel, zout, spaghetti, bananen, appels, sinaasappels...) zodat Saúl en zijn broer (die ging ook mee) ook flink bepakt zijn.
De uitzichten zijn prachtig: overal veldjes op de hellingen, met vooral maïs en tarwe. De mensen zijn druk bezig met de oogst. Onderweg leer ik de nodige plant- en diernamen in het Quechua, en regelmatig komen we mensen tegen met wie een praatje wordt gemaakt over diverse dorpszaken, zoals het jaarlijkse feest dat volgende week wordt gehouden. En die rust komt goed uit met de brandende zon, het vele stof en de hoogte (ca. 2500 meter) die toch zijn tol eist op mijn ademhaling. Nadat we een paar keer een beekje zijn overgestoken wacht uiteindelijk nog een laatste steile klim, omhoog naar Parara. Wanneer we daar bezweet aankomen wacht ons koele chicha (traditioneel maĆÆsbier) en een warme middagmaaltijd. Meer hierover, alsmede foto's, hoop ik morgen te posten. Voor nu: tot ziens. Of beter, tupananchiskama, "tot ons volgende treffen".
Comments
Hai Arjan, Was even vergeten dat je
Hai Arjan,
Was even vergeten dat je weblog het weer deed. Ik heb nog geen tijd gehad om alles te lezen (en te beluisteren!), maar dat komt binnenkort wel als we niet meer trainen.
Heel leuk en boeiend om te lezen over je antropologische avonturen. Ben erg benieuwd. Heb je de filmrechten al verkocht? ;)
Veel interessante ontmoetingen toegewenst!